Vrijspraak van belastingfraude (BTW-carrousel)

In deze strafzaak is de client van Mr. Maarten Witlox vervolgd vanwege betrokkenheid bij een BTW belastingcarrouselfraude. Client zou lid zijn van een criminele organisatie die tot doel had misdrijven te plegen. Deze misdrijven bestonden uit het vele malen doen van valse aangifte omzetbelasting, het opmaken van valse facturen en het gebruikmaken hiervan.

Uit het dossier was onomstotelijk komen vast te staan dat de medeverdachte de initiator en uitvoerder was van een in- en verkoopcarrousel van mobiele telefoons. Deze medeverdachte heeft hiervoor twee medeverdachten benaderd, waaronder de client van Mr. Witlox.

Deze medeverdachte/initiator beschikte over een netwerk waardoor hij contacten had met zowel de leveranciers als ook de afnemers van mobiele telefoons. Deze telefoons werden door deze medeverdachte, gebruikmakend van het Nederlandse bedrijf van client, gekocht in EU landen buiten Nederland en na aankoop in Nederland bij een derde opgeslagen. Deze intracommunautaire verwerving is belast met Nederlandse BTW. Het Nederlandse bedrijf van client had dan recht op vooraftrek.

De mobiele telefoons werden nadien doorverkocht aan bedrijven in andere EU-landen. Door deze tweede intracommunautaire levering bestond recht op toepassing van het nultarief, dat wil zeggen dat het bedrijf van client geen BTW in rekening bracht.

De initiator/medeverdachte zorgde vervolgens dat deze buitenlandse bedrijven deze telefoons weer doorverkochten aan opvolgende schakels in Nederland. Deze buitenlandse bedrijven behoefden over deze verkoop ook geen BTW te betalen. Deze opvolgende Nederlandse afnemers van de telefoons moesten nu wel BTW afdragen, maar hebben dit nooit gedaan. Deze katvangers waren de zogenaamde ploffers. Deze bedrijven waren fake en zijn failliet gegaan (geploft).

Met de gegevens van de door deze initiator gesloten transacties maakte de client van Mr. Witlox zijn vervoersdocumenten en zijn aangiften omzetbelasting op. Het bedrijf van de client van strafrechtspecialist Witlox werd gebruikt door deze initiator, die echter client niet van alle ins en outs op de hoogte bracht.

Uit het beschikbare bewijs is namelijk gebleken dat deze mobiele telefoons nadat zij waren ingekocht door de initiator/medeverdachte niet feitelijk zijn geleverd aan het buitenlandse bedrijf, maar rechtstreeks van het bedrijf waar deze telefoons waren opgeslagen in Nederland naar de Nederlandse afnemers (de ploffers) gingen. Er was derhalve sprake van een schijnconstructie. Hiervan was client niet op de hoogte.

De vraag die de rechter diende te beantwoorden was niet of de client van Mr. Maarten Witlox wist of had moeten weten dat hij door zijn aankoop deelnam aan een transactie die onderdeel was van BTW-fraude, hetgeen door het Europese Hof van Justitie is uitgemaakt in de Kittelzaak (HvJ 6 juni 2007,C-439/04). Dit was namelijk een belastingzaak en daar ging het om grove schuld.

In deze strafzaak ging het niet om schuld, zoals in het belastingrecht, maar om opzet. Mr. Witlox heeft kunnen aantonen dat client niet wist dat hij met zijn bedrijf onderdeel uitmaakte van een BTW-carrouselfraude.

Lastiger was het voor Mr. Witlox om aan te tonen dat client ook met betrekkking tot de ondergrens van opzet, het voorwaardelijk opzet, moest worden vrijgesproken. Het is namelijk niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust  heeft aanvaard (voorwaardelijk opzet). Er bevonden zich in het dossier aanwijsbare omstandigheden die in het nadeel van de client van Mr. Witlox spraken. Deze omstandigheden hebben client uiteindelijk ook doen besluiten nader onderzoek te doen en op grond hiervan te stoppen met zijn werkzaamheden voor de initiator/medeverdachte.

Mr. Witlox heeft aan kunnen tonen dat veel handelingen door de initiator/medeverdachte op slinkse wijze buiten het zicht van client plaatsvonden. Strafrechtspecialist Witlox heeft zo aannemelijk kunnen maken dat zijn client niet wist van het niet doorleveren naar het buitenland en van het inschakelen van de uiteindelijke ploffers (katvangers).

Advocaat Witlox heeft aannemelijk kunnen maken dat het bedrijf van zijn client werd misbruikt door de medeverdachte/initiator. Er bestonden aanwijzingen dat er strafbare feiten werden gepleegd en die heeft client niet opgemerkt. Client had wellicht nader onderzoek moeten doen, maar de belangrijkste misstanden waren voor hem niet eenvoudig te achterhalen.

Het Gerechtshof heeft client uiteindelijk dan ook vrijgesproken. Het Hof oordeelde dat client had moeten weten dat de handel in telefoons van de medeverdachte/initiator gepaard ging met strafbare gedragingen, maar dat client – achteraf bezien – te veel heeft vertrouwd op hetgeen de medeverdachte hem had voorgespiegeld. Dit “had moeten weten” houdt volgens het Hof een zware vorm van schuld in, maar is onvoldoende om te bewijzen dat client voorwaardelijk opzet heeft gehad. Vrijspraak voor client dus.

Het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 2 augustus 2019, met parketnummer 23-000908-17 is niet gepubliceerd. De verdachte was in eerste aanleg door de rechtbank te Amsterdam reeds vrijgesproken bij vonnis van 2 maart 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:3951). De Officier van Justitie was van dit vonnis is hoger beroep gegaan. In dit  OM-appel vorderde de Advocaat Generaal namens het openbaar ministerie 240 uur dienstverlening en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Gelukkig voor client eindigde deze lange periode van onzekerheid in een vrijspraak. De initiator is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Copyright 2018 © All rights Reserved.