Vrijspraak van belastingfraude (BTW-carrousel)

In deze strafzaak is de client van Mr. Maarten Witlox vervolgd vanwege betrokkenheid bij een BTW belastingcarrouselfraude. Client zou lid zijn van een criminele organisatie die tot doel had misdrijven te plegen. Deze misdrijven bestonden uit het vele malen doen van valse aangifte omzetbelasting, het opmaken van valse facturen en het gebruikmaken hiervan.

Uit het dossier was onomstotelijk komen vast te staan dat de medeverdachte de initiator en uitvoerder was van een in- en verkoopcarrousel van mobiele telefoons. Deze medeverdachte heeft hiervoor twee medeverdachten benaderd, waaronder de client van Mr. Witlox.

Deze medeverdachte/initiator beschikte over een netwerk waardoor hij contacten had met zowel de leveranciers als ook de afnemers van mobiele telefoons. Deze telefoons werden door deze medeverdachte, gebruikmakend van het Nederlandse bedrijf van client, gekocht in EU landen buiten Nederland en na aankoop in Nederland bij een derde opgeslagen. Deze intracommunautaire verwerving is belast met Nederlandse BTW. Het Nederlandse bedrijf van client had dan recht op vooraftrek.

De mobiele telefoons werden nadien doorverkocht aan bedrijven in andere EU-landen. Door deze tweede intracommunautaire levering bestond recht op toepassing van het nultarief, dat wil zeggen dat het bedrijf van client geen BTW in rekening bracht.

De initiator/medeverdachte zorgde vervolgens dat deze buitenlandse bedrijven deze telefoons weer doorverkochten aan opvolgende schakels in Nederland. Deze buitenlandse bedrijven behoefden over deze verkoop ook geen BTW te betalen. Deze opvolgende Nederlandse afnemers van de telefoons moesten nu wel BTW afdragen, maar hebben dit nooit gedaan. Deze katvangers waren de zogenaamde ploffers. Deze bedrijven waren fake en zijn failliet gegaan (geploft).

Met de gegevens van de door deze initiator gesloten transacties maakte de client van Mr. Witlox zijn vervoersdocumenten en zijn aangiften omzetbelasting op. Het bedrijf van de client van strafrechtspecialist Witlox werd gebruikt door deze initiator, die echter client niet van alle ins en outs op de hoogte bracht.

Uit het beschikbare bewijs is namelijk gebleken dat deze mobiele telefoons nadat zij waren ingekocht door de initiator/medeverdachte niet feitelijk zijn geleverd aan het buitenlandse bedrijf, maar rechtstreeks van het bedrijf waar deze telefoons waren opgeslagen in Nederland naar de Nederlandse afnemers (de ploffers) gingen. Er was derhalve sprake van een schijnconstructie. Hiervan was client niet op de hoogte.

De vraag die de rechter diende te beantwoorden was niet of de client van Mr. Maarten Witlox wist of had moeten weten dat hij door zijn aankoop deelnam aan een transactie die onderdeel was van BTW-fraude, hetgeen door het Europese Hof van Justitie is uitgemaakt in de Kittelzaak (HvJ 6 juni 2007,C-439/04). Dit was namelijk een belastingzaak en daar ging het om grove schuld.

In deze strafzaak ging het niet om schuld, zoals in het belastingrecht, maar om opzet. Mr. Witlox heeft kunnen aantonen dat client niet wist dat hij met zijn bedrijf onderdeel uitmaakte van een BTW-carrouselfraude.

Lastiger was het voor Mr. Witlox om aan te tonen dat client ook met betrekkking tot de ondergrens van opzet, het voorwaardelijk opzet, moest worden vrijgesproken. Het is namelijk niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust  heeft aanvaard (voorwaardelijk opzet). Er bevonden zich in het dossier aanwijsbare omstandigheden die in het nadeel van de client van Mr. Witlox spraken. Deze omstandigheden hebben client uiteindelijk ook doen besluiten nader onderzoek te doen en op grond hiervan te stoppen met zijn werkzaamheden voor de initiator/medeverdachte.

Mr. Witlox heeft aan kunnen tonen dat veel handelingen door de initiator/medeverdachte op slinkse wijze buiten het zicht van client plaatsvonden. Strafrechtspecialist Witlox heeft zo aannemelijk kunnen maken dat zijn client niet wist van het niet doorleveren naar het buitenland en van het inschakelen van de uiteindelijke ploffers (katvangers).

Advocaat Witlox heeft aannemelijk kunnen maken dat het bedrijf van zijn client werd misbruikt door de medeverdachte/initiator. Er bestonden aanwijzingen dat er strafbare feiten werden gepleegd en die heeft client niet opgemerkt. Client had wellicht nader onderzoek moeten doen, maar de belangrijkste misstanden waren voor hem niet eenvoudig te achterhalen.

Het Gerechtshof heeft client uiteindelijk dan ook vrijgesproken. Het Hof oordeelde dat client had moeten weten dat de handel in telefoons van de medeverdachte/initiator gepaard ging met strafbare gedragingen, maar dat client – achteraf bezien – te veel heeft vertrouwd op hetgeen de medeverdachte hem had voorgespiegeld. Dit “had moeten weten” houdt volgens het Hof een zware vorm van schuld in, maar is onvoldoende om te bewijzen dat client voorwaardelijk opzet heeft gehad. Vrijspraak voor client dus.

Het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 2 augustus 2019, met parketnummer 23-000908-17 is niet gepubliceerd. De verdachte was in eerste aanleg door de rechtbank te Amsterdam reeds vrijgesproken bij vonnis van 2 maart 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:3951). De Officier van Justitie was van dit vonnis is hoger beroep gegaan. In dit  OM-appel vorderde de Advocaat Generaal namens het openbaar ministerie 240 uur dienstverlening en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Gelukkig voor client eindigde deze lange periode van onzekerheid in een vrijspraak. De initiator is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

De feiten achter het strafdossier 3

De stelregel van Mr. Witlox advocaat in Amsterdam is dat hij bij de voorbereiding van een strafzaak alle stukken zelf leest en inziet. Dit betekent dat hij geen genoegen neemt met alleen het schaduwdossier dat standaard door de rechtbank of het openbaar ministerie aan hem  verschaft wordt. In dit schaduwdossier zitten weliswaar alle processtukken, maar ontbreken achterliggende stukken zoals de daadwerkelijke opnames van telefoontaps, camerabeelden of audiovisueel opgenomen verhoren.  Deze worden  in het schaduwdossier wel beschreven, maar niet bijgevoegd.

Het is in het belang van de cliënt dat ook deze achterliggende stukken grondig bestudeerd worden door de strafrechtadvocaat. Geregeld blijken bevindingen in het schaduwdossier namelijk niet overeen te komen met het ‘ruwe materiaal.’ Met andere woorden: het proces verbaal, waarin de verbalisant optekent wat hij waarneemt bij het uitlezen van telefoontaps, video’s en geluidsopnames, kan onvolledig of onjuist zijn en niet overeenkomen met de daadwerkelijke opnames.

Dit kan het verschil betekenen tussen een veroordeling en vrijspraak. Mr. Witlox, strafrechtspecialist te Amsterdam, vindt het daarom buitengewoon belangrijk dat  alle achterliggende stukken altijd worden opgevraagd om grondig te bestuderen en met cliënt te bespreken.

Een cliënt was op enig moment in het uitgaansleven betrokken geraakt bij een vechtpartij en werd vervolgd voor mishandeling, althans openlijke geweldpleging. Na bestudering van de stukken leek het een ronde zaak: er was een aangifte die ondersteund werd door twee getuigenverklaringen. De politie had een beschrijving van de opgenomen camerabeelden bij het dossier gevoegd, die deze getuigenverklaringen ondersteunde. Client zelf had door zijn alcoholconsumptie zelf geen herinnering meer aan de gebeurtenissen in die bewuste nacht. Op grond van dit procesdossier zou de cliënt van Mr. Witlox een veroordeling niet kunnen ontlopen.

Als raadsman van cliënt vroeg Mr. Witlox echter de camerabeelden op die hij nauwgezet bestudeerde. Maarten Witlox bracht zodoende aan het licht dat zijn cliënt weliswaar bij de vechtpartij had gestaan, maar geen enkele geweldshandeling verrichtte. Integendeel, uit de beelden bleek dat de cliënt van Witlox de vechtenden, waaronder de medeverdachte, die een vriend van cliënt was, juist uit elkaar haalde. Mr. Maarten Witlox heeft uiteraard verzocht om deze beelden op de zitting af te spelen, zodat de rechter en de Officier van Justitie zelf konden waarnemen dat zowel de verklaring van de aangever, de getuigen, als ook de beschrijving van de beelden door de politie niet overeenkwamen met de feiten zoals zichtbaar op de camerabeelden van die nacht. De cliënt van Mr. Witlox werd op grond hiervan vrijgesproken.

De feiten achter het strafdossier 2

De stelregel van Mr. Witlox advocaat in Amsterdam is dat hij bij de voorbereiding van een strafzaak alle stukken zelf leest en inziet. Dit betekent dat hij geen genoegen neemt met alleen het schaduwdossier dat standaard door de rechtbank of het openbaar ministerie aan hem  verschaft wordt. In dit schaduwdossier zitten weliswaar alle processtukken, maar ontbreken achterliggende stukken zoals de daadwerkelijke opnames van telefoontaps, camerabeelden of audiovisueel opgenomen verhoren.  Deze worden  in het schaduwdossier wel beschreven, maar niet bijgevoegd.

 

Het is in het belang van de cliënt dat ook deze achterliggende stukken grondig bestudeerd worden door de strafrechtadvocaat. Geregeld blijken bevindingen in het schaduwdossier namelijk niet overeen te komen met het ‘ruwe materiaal.’ Met andere woorden: het proces verbaal, waarin de verbalisant optekent wat hij waarneemt bij het uitlezen van telefoontaps, video’s en geluidsopnames, kan onvolledig of onjuist zijn en niet overeenkomen met de daadwerkelijke opnames.

 

Dit kan het verschil betekenen tussen een veroordeling en vrijspraak. Mr. Witlox, strafrechtspecialist te Amsterdam, vindt het daarom buitengewoon belangrijk dat  alle achterliggende stukken altijd worden opgevraagd om grondig te bestuderen en met cliënt te bespreken.

 

Een cliënt van Mr. Witlox was als bestuurder van een tram betrokken bij een frontale aanrijding van deze tram met een taxi. De inzittenden van de taxi raakten zeer zwaar gewond. De trambestuurder had een verkeerd staande wissel over het hoofd gezien, waardoor de tram plotseling linksaf was geslagen in plaats van rechtdoor was gegaan. De cliënt van Maarten Witlox werd vervolgd voor artikel 6 WVW, te weten het door grove of minder grove schuld veroorzaken van deze aanrijding met zeer ernstig letsel. Uit alle stukken was overduidelijk vast komen te staan dat cliënt als trambestuurder het wissellicht niet tijdig had opgemerkt en had verzuimd dit wissel in de juiste stand te zetten.

 

In deze zaak heeft Mr. Witlox alle rapporten van de politie en de ongevalsanalyse, zoals opgemaakt door de deskundigen nauwkeurig bestudeerd, alsmede alle beschikbare foto’s van de situatie ten tijde van de aanrijding. Op grond van deze bestudering is Mr. Witlox gebleken dat alle deskundigen de op deze kruising aanwezige bijzondere lichtinstallatie over het hoofd hebben gezien. Deze bijzondere lichtinstallatie, ook wel TWI geheten (tram waarschuwings installatie), was speciaal aangelegd om het tegemoetkomende verkeer, in dit geval de taxi, er op te wijzen dat de aankomende tram, die op grond van de wet voorrang heeft, af gaat slaan. Nu deze TWI door geen enkele deskundige in hun ongevalsanalyses was opgenomen heeft Mr. Witlox aan de Officier van Justitie en de werkgever van cliënt verzocht om twee dagen voor de zitting  alsnog onderzoek te doen op de plaats delict naar het bestaan van deze TWI en de werking hiervan. Deze stukken zijn op verzoek van strafrechtspecialist Witlox aan het procesdossier toegevoegd.

 

Op deze wijze kon Mr. Witlox aantonen dat zijn cliënt, de trambestuurder, niet schuldig is aan deze aanrijding. De trambestuurder werd dan ook door de rechtbank vrijgesproken van artikel 6 WVW. De trambestuurder werd wel wegens overtreding van het lichtste verkeersvergrijp, te weten artikel 5 WVW, veroordeeld tot een boete voor gevaarzetting door de rechtbank Amsterdam op 28 februari 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:1268).

De feiten achter het strafdossier 1

De stelregel van Mr. Witlox advocaat in Amsterdam is dat hij bij de voorbereiding van een strafzaak alle stukken zelf leest en inziet. Dit betekent dat hij geen genoegen neemt met alleen het schaduwdossier dat standaard door de rechtbank of het openbaar ministerie aan hem  verschaft wordt. In dit schaduwdossier zitten weliswaar alle processtukken, maar ontbreken achterliggende stukken zoals de daadwerkelijke opnames van telefoontaps, camerabeelden of audiovisueel opgenomen verhoren.  Deze worden  in het schaduwdossier wel beschreven, maar niet bijgevoegd.

Het is in het belang van de cliënt dat ook deze achterliggende stukken grondig bestudeerd worden door de strafrechtadvocaat. Geregeld blijken bevindingen in het schaduwdossier namelijk niet overeen te komen met het ‘ruwe materiaal.’ Met andere woorden: het proces verbaal, waarin de verbalisant optekent wat hij waarneemt bij het uitlezen van telefoontaps, video’s en geluidsopnames, kan onvolledig of onjuist zijn en niet overeenkomen met de daadwerkelijke opnames.

Dit kan het verschil betekenen tussen een veroordeling en vrijspraak. Mr. Witlox, strafrechtspecialist te Amsterdam, vindt het daarom buitengewoon belangrijk dat  alle achterliggende stukken altijd worden opgevraagd om grondig te bestuderen en met cliënt te bespreken.

Een cliënt van Mr. Witlox werd verdacht van het beroven van een persoon op het perron van het Centraal Station in Amsterdam. In het dossier zaten twee verklaringen van politieagenten die deze beroving hadden gezien. Deze agenten bevonden zich op perron 7 en konden de beroving, die zich op perron 5 had afgespeeld, zien. Mr. Maarten Witlox is op grond van de stellig ontkennende cliënt zelf gaan rechercheren en heeft op grond van dit onderzoek een belangrijk stuk aan het procesdossier kunnen toevoegen. Mr. Witlox heeft namelijk het dienstrooster weten te bemachtigen van de NS, waaruit bleek dat op het moment van deze beroving een zeer lange internationale trein ruim 10 minuten stil stond op perron 6, zodat de waarneming van deze politieagenten niet kon kloppen. Op het moment van beroving op perron 5 was het namelijk onmogelijk om van perron 7 iets waar te nemen op dit perron 5, nu een lange internationale trein, die zich op perron 6 bevond, het zicht ontnam. De rechter sprak de cliënt van Mr. Maarten Witlox uiteraard op grond van dit ingebrachte processtuk, te weten het dienstrooster, dan ook vrij.

Voor meer informatie of juridisch advies over de bijstand in strafzaken  kunt u contact opnemen met Mr. Witlox, gespecialiseerd strafrechtadvocaat in Amsterdam.

Verdachte en slachtoffer in het strafrecht

http://witlox-strafrecht-advocaat-amsterdam.nl/

Strafrechtadvocaat Mr. Maarten Witlox, advocaat gespecialiseerd in strafrecht in Amsterdam, behandelt zowel strafzaken waarbij hij de verdachte bijstaat, als ook soms zaken waarbij hij de benadeelde partij -het slachtoffer– bijstaat. Onze advocaat in strafzaken kent derhalve zowel de positie van de verdachte als ook die van het slachtoffer in het strafproces.

Rechten van slachtoffers in strafzaken

Strafrechtspecialist Witlox heeft kennis genomen van het wetsvoorstel van minister Sander Dekker om de rechten van slachtoffers in de rechtszaal uit te breiden. Dekker wil dat verdachten van zware gewelds-en zedenmisdrijven verplicht aanwezig moeten zijn  in de rechtszaal als een slachtoffer gebruik maakt van het spreekrecht.

Mr. Maarten Witlox vindt dit geen goed voorstel. Sinds 2005 is de positie van slachtoffers in het strafproces steeds verder uitgebreid. Er was op zich een goede reden om de positie van het slachtoffer uit te breiden, maar nu schiet de minister door.

In het verleden was het slachtoffer aangewezen op een dure en tijdrovende civiele procedure om zijn schade verhaald te krijgen op de dader, die het slachtoffer schade heeft toegebracht.

Benadeelde partij in het strafproces

Sinds de Wet Terwee (Wet van 23 december 1992, inwerkingtreding per 1 april 1993) heeft het slachtoffer de mogelijkheid om zich door middel van een advocaat als benadeelde partij in het strafproces te voegen. Dit is verankerd in het Wetboek van Strafvordering te weten in de artikelen 51a Sv e.v.. Op deze wijze kan het slachtoffer de geleden schade, die veroorzaakt is door de dader, mits voldoende bepaalbaar en  onderbouwd, verhalen op de dader, als deze laatste wordt veroordeeld voor het tenlastegelegde feit. Slechts als het te ingewikkeld wordt kan de rechter deze vordering afwijzen. Het criterium wat hierbij wordt gehanteerd is thans: of het strafgeding hierdoor onevenredig wordt belast.

Schadevergoeding aan het slachtoffer

Als de rechter tot een veroordeling komt kan de strafrechter in het vonnis de veroordeelde op deze wijze tevens veroordelen in het betalen van schadevergoeding aan het slachtoffer. Ter incassering kan ook de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd, waardoor niet het slachtoffer deze schade dient te incasseren bij de veroordeelde, maar de Staat voor incasso zorgt.

In de loop der tijd is de positie van het slachtoffer verder uitgebreid. Het wetsvoorstel hiertoe is tot stand gekomen op basis van de voorstellen die zijn gedaan in de rapporten van het onderzoeksproject Strafvordering 2001 onder leiding van prof. Mr. M.S. Groenhuijsen en prof. Mr. G. Knigge. Dit alles heeft geresulteerd in een wetswijziging die aan het slachtoffer nog een aantal concrete bevoegdheden heeft toegekend. Het slachtoffer heeft sinds de invoering van deze wet in 2005:

  • het recht op informatie,
  • het spreekrecht
  • en het recht om kennis te nemen van de processtukken.

Schadevergoeding buiten het strafproces

Naast het voegen als benadeelde partij is ook de mogelijkheid gecreëerd om bij het schadefonds geweldsmisdrijven schadevergoeding buiten het strafproces of civiele proces om te verzoeken. Dit was bij wet van 26 juni 1975 voorlopig geregeld en is bij wet van 23 december 1992 gewijzigd in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.  Op grond van deze wet kunnen uit het fonds uitkeringen worden gedaan aan een slachtoffer, te weten:

  • iemand die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf
  • ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.

Naar de mening van Mr. Witlox advocaat strafrecht in Amsterdam is op bovenstaande wijze de positie van het slachtoffer in het strafproces al op een voldoende wijze versterkt. Er zijn al de nodige problemen in de strafpraktijk van alledag te melden.

Verkeersslachtoffer

In een strafzaak, waarbij strafrechtspecialist Witlox als advocaat een verdachte als raadsman in het strafproces heeft bijgestaan bij de meervoudige rechtbank te Amsterdam, was er een dodelijk verkeersslachtoffer te betreuren. De nabestaanden, die zich via hun advocaat hadden gesteld als benadeelde partij en ter zitting uitgebreid gebruik hebben gemaakt van hun spreekrecht, hebben voorafgaand aan de zitting zich al zo bedreigend jegens de client van mr. Witlox uitgelaten dat zijn client, de verdachte, niet met zijn advocaat ter zitting durfde te verschijnen. Client wilde graag verschijnen en zijn aanwezigheid was in de strafzaak ook zeer wenselijk.

Sterke positie van het slachtoffer in het strafrecht

De strafzaak moest vanwege de eerder genoemde dreigementen echter buiten aanwezigheid van de verdachte op de behandeling ter terechtzitting worden afgedaan. Uiteraard heeft onze strafrechtspecialist  als gemachtigde, zonder aanwezigheid van de verdachte, als raadsman de verdediging gevoerd. Dit was geen wenselijke situatie. In deze zaak komt naar de mening van de verdediging naar voren dat er ook sprake kan zijn van een te sterke positie van het slachtoffer, als gevolg waarvan een goede rechtsgang in het geding kan komen.

Confrontatie tussen verdachte en slachtoffer

Een te sterke positie van het slachtoffer leidt op deze wijze mogelijk tot een heftige confrontatie tussen verdachte en slachtoffer, waarbij een ‘oog om oog tand om tand’ en andere onderbuikgevoelens naar boven kunnen komen. Juist om dit soort confrontaties te voorkomen is toch ooit het strafproces ingevoerd, waarbij het Openbaar Ministerie namens de maatschappij (de staat) optreedt tegen de verdachte. Er is een grote kans dat het strafproces op deze wijze te veel bepaald wordt door de emoties. Het is een feit dat deze er zijn bij een slachtoffer en dat deze een plaats moeten krijgen, maar naar de mening van strafrechtadvocaat  Witlox niet in het strafproces, althans niet in deze fase. Dit kan in deze fase een oneigenlijke invloed hebben op de rechters.

Verdachte of dader?

Hoe zou het dan wel moeten? Er is in het strafproces nog steeds sprake van een ‘verdachte’, niet van een ‘dader’. De rechtbank moet eerst bezien of de verdachte  veroordeeld kan worden voor het tenlastegelegde. In de door Witlox hierboven geschetste casus werd de verdachte uiteindelijk vrijgesproken. De nabestaanden hebben al hun -terechte- emoties ten onrechte op deze verdachte geuit.

Naar mijn mening voert minister Sander Dekker ter motivering van zijn wetswijziging ten onrechte aan:  “Verdachten moeten worden geconfronteerd met het leed dat zij slachtoffers hebben aangedaan “ . De minister vereenzelvigd de ‘verdachte’ hier ten onrechte met de ‘dader’.

De dader in het strafrecht mag hiermee naar de mening van Mr. Witlox geconfronteerd worden, niet de verdachte. Als de verdachte later wordt vrijgesproken, is deze in het proces ten onrechte gezien als dader en ten onrechte door de nabestaanden met leed en wensen tot vergelding geconfronteerd. Dit kan een vrijgesproken verdachte naar de mening van mr. Witlox beschadigen.

Tenlastegelegde en toerekening

Strafrechtadvocaat Witlox is een groot voorstander van het scheiden van deze processen. Eerst vindt het strafproces plaats, waarbij wordt beoordeeld of het tenlastegelegde feit aan de verdachte kan worden toegerekend. Als de verdachte schuldig is bevonden kan dan in een hier opvolgende procedure, waarbij de straf wordt bepaald, ook de vordering benadeelde partij met alle merites van dien aan bod komen. Op deze wijze worden zowel de belangen van de verdachte als ook  die van het slachtoffer beter gewaarborgd.

Contact met advocaat strafrecht in Amsterdam; voor dader en slachtoffer (benadeelde partij)

Voor juridisch advies over strafrecht en dader en slachtoffer in strafzaken, kunt u contract opnemen met Mr. Witlox gespecialiseerd advocaat strafrecht in Amsterdam.

 

Vrijspraak en schadevergoeding in het strafrecht

http://witlox-strafrecht-advocaat-amsterdam.nl/

Hoe zit het met de kosten die de verdachte aan zijn advocaat strafrecht heeft betaald, als hij wordt vrijgesproken? Kan dat verhaald worden op de overheid? De strafrechtspecialist Maarten Witlox van ons advocatenkantoor in Amsterdam licht toe hoe een vrijspraak na een verdenking van dood door schuld eindigde in een schadeclaim tegen de Staat der Nederlanden.

Slachtoffer ongeval aanrijding

Een bestuurder van een brommer was om het leven gekomen bij een aanrijding. De vraag was of de bestuurder van de andere weggebruiker, die in aanrijding was gekomen met de brommer, door rood licht had gereden. Omdat de nabestaanden van het slachtoffer

  • een videofilm hadden getoond
  • waaruit blijkt dat er op enig moment door rood licht wordt gereden op deze kruising,
  • en hadden geklaagd over de slecht werkende verkeerslichtinstallatie ter plaatse,

werd de werkgever van de bestuurder, betrokken bij dit dodelijk ongeval, door het OM als verdachte aangemerkt.

Verdachte

De Officier van Justitie had ten laste gelegd dat de werkgever

  • onvoldoende had ingegrepen,
  • onvoldoende maatregelen had genomen,
  • naar aanleiding van klachten over de werking van deze verkeerslichtinstallatie

en op deze wijze strafrechtelijk aansprakelijk zou zijn voor de dood van de bestuurder van de brommer bij dit ongeval.

Deskundigen

Alle betrokkenen partijen zijn in raadkamer van de rechtbank te Amsterdam gehoord naar aanleiding van de vordering van de Officier van Justitie. Onze strafrecht advocaat heeft allereerst betoogd dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard, omdat zij de termijn voor vervolging had laten verlopen. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de Officier van Justitie, in strijd met hetgeen de verdediging van de werkgever heeft betoogd, toch een nieuwe termijn voor vervolging gekregen van de rechtbank.

Getuigen

Bij de Rechter-Commissaris zijn in het kader van het gerechtelijk vooronderzoek, op verzoek van de raadsman vele getuigen gehoord. Er werden op verzoek van de verdediging ook deskundigen ingeschakeld die rapporteerden over de verkeersinstallatie.

Vrijspraak

Uiteindelijk is de strafzaak inhoudelijk behandeld bij de meervoudige strafkamer van de Rechtbank te Amsterdam. Bij vonnis van 30 december 2015 werd de werkgever vrijgesproken door de Rechtbank te Amsterdam.

Strafrechtelijk verwijtbaar

De rechtbank overwoog dat niet was komen vast te staan dat de werkgever op enige wijze strafrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Er was wel komen vast te staan dat de verkeerslichtinstallatie niet altijd even goed functioneerde. Niet is komen vast te staan dat deze verkeerslichtinstallatie op het moment van het dodelijk ongeval niet goed functioneerde. Sterker nog: er is door deskundigen gerapporteerd dat er op dat moment geen storingen waren in de verkeerslichtinstallatie. Ook kon niet worden vastgesteld wie er door het rode stoplicht is gereden. Tevens is niet gebleken dat de client van mr. Witlox onvoldoende informatie zou hebben verstrekt, danwel onvoldoende maatregelen zou hebben genomen met betrekking tot de storingen.

Bijzonder is in deze zaak was dat het tonen van een film waarbij door rood gereden wordt, terwijl de andere richting groen heeft, grote impact heeft op de kijker, ook als dit een rechter is. Mr Witlox heeft altijd betoogd dat zijn cliente ten onrechte als verdachte is gezien. Uiteindelijk is dat ook in deze rechtzaak komen vast te staan.

Schadevergoeding van kosten in het strafrecht

Een gevolg van deze vrijspraak is geweest dat de werkgever schadevergoeding kon vragen van alle gemaakte kosten. Op deze wijze is het wel een dure les geworden voor de staat, want de kosten van enkele tienduizenden euro’s moesten integraal worden vergoed.

VOG en beroepsverbod

http://witlox-strafrecht-advocaat-amsterdam.nl/

Mr. Witlox  advocaat VOG in Amsterdam geeft juridisch advies bij de aanvraag of afwijzing van een VOG. Een VOG (verklaring omtrent gedrag) is vaak nodig om een baan te krijgen. Dienst Justis kan een VOG op grond van de beleidsregels weigeren of afwijzen. Dit gebeurt als de aanvrager een strafbaar feit heeft gepleegd dat relevant is voor de betreffende functie, waardoor hij een risico is voor de samenleving. Daarvoor geldt een terugkijk termijn van twintig jaar. Als geen VOG wordt afgegeven dan kan men een zienswijze indienen en daar vervolgens bezwaar tegen maken volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Soms komt de afwijzing van de VOG neer op een beroepsverbod, waardoor iemand zijn werk niet meer kan doen, bijvoorbeeld vanwege een zedendelict. Wat kan de aanvrager van de VOG dan nog ondernemen?

Aanvraag VOG

Bij besluit van 9 maart 2015 had de staatssecretaris een aanvraag om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag voor de functie van wijkverpleegkundige afgewezen. De VOG was afgewezen

  • omdat cliënt was veroordeeld tot een werkstraf 
  • wegens het plegen van ontucht
  • met een patiënt in de functie van verpleegkundige.

Bij besluit van 9 juni 2015 had de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard.

Beroep VOG

Namens de cliënt heeft advocaat mr. Witlox in Amsterdam beroep ingesteld bij de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht. Bij uitspraak van 20 oktober 2015 heeft de rechtbank het ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 9 juni 2015 vernietigd, het besluit van 9 maart 2015 herroepen en bepaald dat de aangevraagde VOG alsnog wordt afgegeven.

Raad van State

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris van het ministerie van veiligheid en justitie hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Namens de cliënt heeft mr. Witlox ook hier verweer gevoerd en o.a. aangevoerd dat de weigering het onmogelijk maakt dat zijn cliënt zijn werkzaamheden als verpleegkundige voort zet.

Beroepsverbod

Mr. Witlox heeft als advocaat van de aanvrager aangevoerd dat:

  • de cliënt het delict had gepleegd in een periode waarin hij onder grote persoonlijke druk stond;
  • dat de kans op herhaling klein is;
  • de staatssecretaris de VOG had moeten afgeven;
  • de staatsecretaris niet alle relevante omstandigheden en belangen bij zijn beoordeling had betrokken.

De strafrechter had in de strafzaak het door de officier van Justitie gevorderde beroepsverbod immers afgewezen en de officier van justitie is hiertegen niet in hoger beroep gegaan.

Tuchtcollege

Na het delict is client in therapie gegaan en hij is zich bewust geworden van de noodzaak om op de juiste wijze met spanningen om te gaan. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft de client voorwaardelijk geschorst voor één jaar met een proeftijd van twee jaar. Volgens zowel het tuchtcollege als de strafrechter mocht de client dus weer werkzaam zijn als verpleegkundige. Daarnaast had mr. Witlox psychologische rapportages overgelegd waaruit blijkt dat de kans op herhaling onwaarschijnlijk is.

Disproportioneel

Op grond van de van toepassing zijnde beleidsregels kon de VOG enkel worden afgegeven indien de weigering ervan evident disproportioneel is. Of de weigering evident disproportioneel is, wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval.

Zedendelict

Vaststond dat de client voorafgaand aan het delict zonder incidenten 26 jaar en sinds het delict, na een onderbreking van ongeveer zes maanden in verband met zijn strafrechtelijke vervolging, zonder incidenten ten minste zeven jaar als verpleegkundige in de gezondheidszorg heeft gewerkt.

Deskundige

Volgens de deskundige is het delict een eenmalig en door uitzonderlijke spanning ingegeven incident geweest, waarbij de client zich direct heeft gerealiseerd dat wat hij deed in alle opzichten ongepast was. Dit oordeel heeft de strafrechter overgenomen. Zowel de strafrechter als de tuchtrechter hebben het belang van de bescherming van de maatschappij meegewogen.

Psychologisch rapport

In het kader van de aanvraag VOG heeft in een nieuw psychologisch rapport opgesteld, waaruit is gebleken dat er geen sprake is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De deskundige oordeelt dat er vanuit gedragskundig oogpunt geen sprake is van een verhoogd recidivegevaar:

“Op basis van de gestructureerde risicotaxatieinstrumenten zijn er geen noemenswaardige aanwijzingen gevonden voor een verhoging van de kans op herhaling.”

Recidive

De Raad van State heeft uiteindelijk geoordeeld dat van belang is dat het tuchtcollege en de strafrechter zich eerder al gemotiveerd over een beroepsverbod hebben uitgesproken. De staatssecretaris mocht niet zonder nadere motivering concluderen dat herhaling niet onwaarschijnlijk is. Het gevaar voor recidive is immers nooit geheel uit te sluiten.

Advocaatkosten

De cliënt heeft uiteindelijk zijn VOG gekregen van het Ministerie. Hij heeft ook een groot gedeelte van zijn advocaatkosten teruggekregen, maar het heeft hem een jarenlange strijd gekost.

  • De uitspraak is te vinden onder ECLI:NL:RVS:2016:1649.
  • De uitspraak van de rechtbank Haarlem is ook gepubliceerd: ECLI:NL:RBNHO:2015:8918.
  • Deze uitspraak is geannoteerd in GZR-Updates.nl 2016-0254 en JB 2016/157; NJB 2016/1297; AB 2016/271 met annotatie van A.C. Hendriks Hoogleraar gezondheidsrecht, Universiteit Leiden.

Voor meer informatie of juridisch advies over afgifte van een VOG (verklaring omtrent gedrag), of het indienen van een zienswijze of bezwaar kunt u contact opnemen met Mr. Witlox, gespecialiseerd advocaat VOG in Amsterdam.

 

Voorwaardelijk voor vernieler beeld Balkenende

http://witlox-strafrecht-advocaat-amsterdam.nl/

De man die in september het wassen beeld van premier Jan Peter Balkenende in Madame Tussauds Amsterdam vernielde, is vrijdag veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van tachtig uur. De politierechter vond het niet nodig hem een onvoorwaardelijke straf te geven. Het Openbaar Ministerie had een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een werkstraf van zestig uur geëist.

Hans Peter N., een 46-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats uit de regio Rotterdam, bekende de vernieling op 5 september eerder al. Volgens zijn advocaat Maarten Witlox, die tevreden is met het vonnis, had zijn cliënt het hoofd van de CDA-premier vernield omdat hij publiciteit wilde zoeken. Volgens hem is zijn cliënt psychisch instabiel.

Lees verder:

https://www.parool.nl/alle-nieuws-over-mens-en-maatschappij/?offset=1497473314217-4580

Fraude Advocaat in Amsterdam

http://witlox-strafrecht-advocaat-amsterdam.nl/

Advocaat Amsterdam fraude uitkering

  • Advocaat Amsterdam fraude uitkering
  • Fraude uitkering door samenwonen
  • Hoger beroep
  • Pleidooi advocaat
  • Vrijspraak
  • Ontneming wederrechtelijk voordeel
  • Advocaat bijstandsfraude Amsterdam

Onze strafrechtadvocaat in Amsterdam is gespecialiseerd in fraudezaken met uitkeringen. Volgens de Wet Aanscherping Handhaving- en Sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet) wordt fraude met een uitkering zoals met de Toeslagenwet, WW, WAO, Wajong, ZW en AKW (Kinder-bijslagwet), AOW, ANW en IOAW, IOAZ en bijstand (op grond van de Participatiewet) bestraft. Bij fraude met een uitkering, zoals bijstand, wordt een hoge hoge boete opgelegd, meestal even hoog als het bedrag dat ten onterechte is verkregen. Daarnaast kan men bij fraude met bijstand strafrechtelijk worden vervolgd, bijvoorbeeld voor oplichting en valsheid in geschrifte. In een door onze kantoorgenoot, advocaat mr. Witox te Amsterdam, behandelde zaak had de Officier van Justitie de verdachte en zijn vrouw gedagvaard voor bijstandsfraude ter hoogte van ongeveer € 100.000,-.

Fraude uitkering door samenwonen

De verdachte werd verweten dat hij samen met de medeverdachte fraude met bijstand heeft gepleegd door te verzwijgen dat zij gedurende de tenlastegelegde periode niet op het door haar opgegeven adres verbleef, maar feitelijk met hem samenwoonde. Op verzoek van mr. Witlox zijn vele getuigen gehoord, die konden bevestigen dat er geen sprake was van samenwonen. De rechtbank heeft verdachte niettemin toch veroordeeld voor oplichting en valsheid in geschrifte. Verdachte is in hoger beroep gegaan van deze uitspraak.

Hoger beroep

De advocaat-generaal achtte verdachte schuldig in hoger beroep. Hij heeft een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis geëist voor bijstandsfraude door niet te melden dat hij samenwoonde. Dat samenwonen was volgens de advocaat-generaal, evenals de rechtbank, te bewijzen.

Pleidooi advocaat

Als raadsman van verdachte heeft Mr. Witlox in zijn pleidooi uiteengezet dat er onvoldoende aannemelijk gemaakt kan worden dat er sprake was van fraude door samenwoning. Derhalve dient er vrijspraak te volgen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor samenwoning.

Vrijspraak

Het hof heeft de verdachte naar aanleiding van het gevoerde verweer vrijgesproken. De vrouw was weliswaar — aantoonbaar — regelmatig bij de man, verdachte, op zijn adres, maar dat was onvoldoende om van samenwoning te kunnen spreken. Het hof heeft het verweer van de verdediging op de volgende manier gevolgd:

  • De gehoorde getuigen geven slechts een oppervlakkig beeld, zijn niet eenduidig in hun verklaringen en zijn bovendien pas geruime tijd na afloop gehoord.
  • Hun bevindingen vormen onvoldoende basis voor het bewijs dat de verdachten samenwoonden.
  • Het feit dat de kinderen in Amsterdam naar school gingen draagt niet bij tot het bewijs dat de verdachtenzouden hebben samengewoond.
  • Hieruit blijkt eerder het tegendeel: dat het de belangrijkste reden was dat de vrouw veelvuldig in Amsterdam verbleef, en zeer regelmatig bij de verdachte thuis kwam.
  • De inschrijving voor school van de kinderen op het adres van de verdachte is — hoewel duidelijk mag zijn dat die informatie onjuist was — van onvoldoende betekenis, dit gezien de wens van de vrouw de kinderen — met het oog op de door haar gewenste verhuizing terug naar Amsterdam — al in Amsterdam naar school te laten gaan.
  • Ook informatie over het energie-en waterverbruik van de woning van de vrouw en de geldopnames en pinbetalingen van de vrouw in Amsterdam, vormt onvoldoende bewijs dat de vrouw op een ander adres dan haar eigen adres verbleef dan wel met de verdachte samenwoonde.

Het hof was het op deze gronden met de verdediging eens dat de verdachte moest worden vrijgesproken.

Ontneming wederrechtelijk voordeel

Nadien heeft de Officier van Justitie een vordering ontneming wederrechtelijk voordeel ingediend. Namens verdachte heeft mr. Witlox betoogd dat deze ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte is vrijgesproken in hoger beroep. Ook dit oordeel is uiteindelijk gevolgd door de rechtbank.

Advocaat bijstandsfraude Amsterdam

Voor deze verdachte en zijn vrouw betekende dit arrest van het Hof een positief einde aan een langdurige strafrechtelijke procedure. Verdachte was al door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf. Hij zou vele tienduizenden euros moeten betalen, als deze veroordeling als gevolg van de inspanningen van de advocaat gespecialiseerd in bijstandsfraude in hoger beroep niet was omzet in een vrijspraak.

Neem voor meer informatie contact op met onze advocaat fraude in Amsterdam.